Eind 2017 schreef ik over mijn bezoek aan het Meisje met de Parel in het Mauritshuis. Ik schreef over de parel die ze draagt. Dat dit geen echte parel is maar evengoed een prachtig sieraad waarin zowel licht als schaduw zichtbaar zijn en ook de rafelige randjes niet ontbreken. Terwijl ik mijn verhaal in dit nieuwe jaar teruglees, realiseer ik mij dat dit Meisje met de Parel mij nog veel meer heeft geleerd.
Vroeger hield ik helemaal niet van parels. Ik vond ze lelijk. Te opzichtig. Veel te veel aanwezig. Als ik een vrouw zag die parels droeg, wist ik altijd meteen wie ik voor mij had. In mijn ogen een bekakt, hooghartig ‘type’ dat altijd zo overdreven overtuigd was van zichzelf. Toegegeven, ik was altijd een beetje bang voor dat ‘type’ vrouw.
Tot die ene werkgroep Burgerlijk procesrecht in het academiegebouw in Leiden. In het oudste gebouw van de universiteit had zich in één van de authentieke ruimten een bont gezelschap van matig tot zeer geïnteresseerde rechtenstudenten verzameld. Een mooi meisje met prachtig donkerbruin haar en donkerbruine ogen behoorde tot de laatste categorie. Ze zat op het puntje van haar stoel en stelde de ene vraag na de andere. Ik keek af en toe naar haar en ergerde mij lichtelijk aan de continue stroom van nieuwe vragen. Luister nou gewoon, dacht ik nog. Later begreep ik pas dat ze dat juist heel goed deed maar gewoon telkens nieuwe vragen had. Maar dat wist ik op dat moment niet. Omdat ik keek naar wat ik dacht te zien.
Na de werkgroep wilde ik mijn tas pakken en weglopen maar zij hield mij tegen. Hoi. Ze stelde zich voor met haar lange, chique naam en ik was argwanend. Zij niet. Met in elk oor een parel schitterde ze mij tegemoet. Ze vroeg of ik misschien zin had om mee te gaan naar een pleitavond van haar studievereniging. Ik was niet gelijk enthousiast. Wat moest ik daar? Maar ik was ook nieuwsgierig. Tot op de dag van vandaag ben ik haar dankbaar dat zij het initiatief nam. Het was het begin van een geweldige tijd.
En terwijl ik nu weer denk aan het Meisje met de Parel in het Mauritshuis gaan mijn gedachten onmiddellijk terug naar het meisje met de parels in dat statige academiegebouw. Het meisje dat ik, zonder dat ze erom had gevraagd, had veroordeeld en in een hokje had geplaatst. Een hokje waarin ze helemaal niet paste. Ze was namelijk veel groter dan dat hokje. Ze bekeek zichzelf regelmatig in de spiegel en zag zichzelf zoals ze was, met en zonder parels.
Ik leerde haar steeds beter kennen. We liepen samen op en belandden beiden in de advocatuur. Ik bleef in de randstad en zij vertrok naar het noorden. Zij stelt nog steeds de goede vragen en kan ook nog eens heel goed luisteren. Ik heb de goede vragen leren stellen en luister nu echt. Ook naar mijzelf. We ontwikkelen ons met en zonder elkaar. Zij timmert nog altijd aan de weg als advocaat en ik heb een andere afslag genomen. Ondanks de afstand weten we elkaar altijd weer te vinden.
We hebben het samen licht zien worden. En ook de schaduw hebben we beiden, soms noodgedwongen, gekend en omarmd. Het heeft ons gevormd tot wie we zijn. Door elkaar de juiste aandacht te geven, kunnen we in al onze dimensies schitteren. We zien elkaar niet vaak maar als we bij elkaar zijn, kijken we echt. Dwars door de buitenkant heen. Naar het licht. De schaduw. En de rafelige randjes.
Gelukkig heeft mijn lieve vriendin mij mijn vooroordeel vergeven. En ik? Ik ben van parels gaan houden. Dankzij het Meisje met de Parel(s).
Wed, 17 January