Mijn laatste verhaal over een dode egel heeft nogal wat stof doen opwaaien. Een verhaal dat ik schreef vanuit mijn intentie om met behulp van mijn verhalen en kwetsbaarheid jou uit te nodigen jezelf te gaan zien. Voor wie je ten diepste bent. Dat is namelijk waaraan de wereld behoefte heeft. Aan jou echte ik. Zonder al die maskers die je in de loop der tijd hebt opgezet om jezelf staande te houden. Om in het dierenthema te blijven, gaat dit verhaal over apen.
Op mijn verhaal over de dode egel kreeg ik veel reacties van herkenning. Dat geeft de burger moed. Moed. Dat is een continue uitdaging. Hetgeen waarop ik mag focussen als ik ga denken: Wat als..? Stel je voor dat..? Dit zijn de apen in mijn hoofd. Apen die mij voortdurend afleiden en uit het hier en nu halen. Mijn monkeymind in optima forma. Ik weet inmiddels wat ik moet doen om die apen-onrust het hoofd te bieden. Om weer terug te komen bij mezelf. En dat vraagt om durf. Lef. En dus ook moed om mijzelf continue te laten zien. Voor wie ik ben. Zonder al mijn maskers.
Want oh wat zijn ze soms veilig. Die maskers. Ze hebben ons veel gebracht. Daarom staan we waar we nu staan en kunnen we doen wat we nu doen. Maar tegelijkertijd houden ze ons tegen. Om van overleven naar leven te gaan. Terwijl de meesten van ons niet eens weten dat ze aan het overleven zijn. Al die maskers zijn overlevingsmechanismes. Schijnversies van jezelf. Om jezelf beter of anders voor te doen dan je bent. Omdat je denkt dat de omgeving dit van je verlangt. Maar waarom doen we dat eigenlijk? Zijn we zo bang dat als we onszelf kwetsbaar opstellen dat anderen er misbruik van zullen maken? Zijn we zo bang dat er over ons heen gewalst wordt als we ons eigen leven gaan leiden? Zijn we zo bang om mensen kwijt te raken als we gaan doen wat ons werkelijk drijft? Zijn we uiteindelijk als de dood dat we eenzaam en alleen achter zullen blijven als we niet doen waarvan we denken dat de omgeving dit van ons verlangt? Al die gedachten: het zijn allemaal apen.
Om mij heen hoor ik allerlei leuke, herkenbare reacties op mijn verhalen. Ook zijn er mensen die zich afvragen of het wel goed met mij gaat. Mensen die mij willen helpen. Er voor mij willen zijn. Vanuit de beste bedoelingen. Ik vind dat lief. En mooi. Maar ik ben ook verbaasd. Ik? Hulp nodig? Dat was helemaal niet de bedoeling van mijn verhaal! Kennelijk heb ik ergens een gevoelige snaar geraakt. En dat is voor mij altijd reden om weer even naar binnen te kijken. Alle apen verzamelen!
Vroeger zou ik geïrriteerd zijn geweest. Onder het motto: “wij doen het zelf en hebben geen hulp nodig” vond ik dat ik zo min mogelijk een beroep op anderen moest doen. Inmiddels weet ik dat ik gedreven wordt door een gemiddelde Steunbehoefte. Dit betekent dat ik een balans weet te vinden tussen behoefte aan ondersteuning en zelfstandigheid en weet wanneer ik support moet vragen. Dat ben ik. Althans voor wat betreft mijn Steunbehoefte.
En die andere mensen, dat zijn de hulpverleners. De mensen die worden gedreven om anderen te helpen en te ondersteunen. De mensen die sterk reageren op de wensen van anderen door het bieden van zorg en assistentie. De toegewijde en zorgzame mensen. De mensen die het anderen gemakkelijk willen maken. Fijne, lieve mensen.
Maar het zijn ook de mensen die hun eigen belang eerder uit het oog verliezen. De mensen die vaak klaar staan voor anderen maar geen antwoord hebben op de vraag wat zij nodig hebben. Deze hulpverleners willen altijd helpen. Ook de mensen die een gemiddelde Steunbehoefte hebben en dat dus eigenlijk in mindere mate nodig hebben. Maar dat weten de hulpverleners niet. Tenminste niet als ze dit niet wordt verteld. Dat is lastig. En toch moeten ze het weten. Want als ze het niet weten, is het hek van de dam. Als je hulpverleners ontkent in hun hulpverleningsbehoefte gaan ze vast en zeker nog meer helpen. En omdat er een grote kans bestaat dat een hulpverlener in ieder geval in de allergie zit van iemand met een lage Steunbehoefte, kan deze ‘apendans’ extreme vormen aan gaan nemen. Allergieën hebben de neiging met de tijd toe te nemen. Met alle gevolgen van dien.
Ik ben geen hulpverlener. Maar tegelijkertijd wil ik hulpverleners ook niet teleurstellen. Want ze doen zo hun best. Dat weet ik omdat ik een groot inlevingsvermogen heb, intuïtief ben en een sterke behoefte voel om de beleving, de gevoelens en het karakter van anderen te doorgronden. Ook ga ik tactisch om met deze gevoelens en kan ik mij goed in anderen verplaatsen. Maar… ik ben ook zakelijk en ga sterk uit van de eigen verantwoordelijkheid van anderen. Ik kan je uitdagen om die apen uit je hoofd te halen maar uiteindelijk zitten ze op jouw schouder. Niet op die van mij. Daar zitten er meer dan genoeg. Maar die zitten daar prima en hebben het uitstekend naar hun zin.
Thu, 11 October