Benieuwd naar mijn ervaringen? Weten waarover ik mij dagelijks verwonder? Mijn blogs en nieuwsartikelen zijn bedoeld als inspiratiebron voor het versterken van de arbeidrelatie vanuit een focus op talentontwikkeling

Ik ben boos maar ik ben oké

Ik ben boos. Of beter gezegd, ik was boos. Ik wil het niet hebben over mijn boosheid in het verkeer als mijn mede weggebruikers in mijn ogen te lang links blijven rijden of zich niet aan de minimale snelheid houden (ja echt, die bestaat). Of mijn boosheid als er iemand voordringt bij de kassa. Of mijn intense leeuwinnenboosheid als mijn dochters of andere dierbaren oneerlijk worden behandeld. Dat is niet de boosheid waarover ik het in deze blog wil hebben. Dat is allemaal boosheid waarvan ik mij zeer bewust ben. Boosheid die ik inmiddels zeer goed kan verklaren. Boosheid die er, al dan niet in gematigde vorm, mag zijn.

Ik kan steeds vaker van een afstandje naar mezelf kijken. En dan komt er altijd een vraag: is dit van mij of van jou? Door daar bewust bij stil te staan sta ik mijzelf toe om iets vriendelijker te worden. Al naar gelang het antwoord op deze vraag; vriendelijker naar mezelf of naar mijn omgeving.
Je zou kunnen zeggen dat ik wat dat betreft goed op weg ben. Des te heftiger was mijn recente ervaring met een meer venijnige variant van boosheid. De variant die je niet ziet aankomen. Die je overvalt als een vloedgolf. En waar je achteraf even voor nodig hebt om van bij te komen en je af te vragen wat je daarvan te leren hebt. Daar gaat deze blog over. Ik wil het hebben over de interne boosheid waarvan ik mij niet bewust was. De onbewust onbekwame boosheid.

Afgelopen zomer heb ik een redelijk impulsieve beslissing genomen. Ik besloot voor mezelf om de ‘zoveelste’ opleiding te gaan volgen. Diep van binnen wist ik al dat dit niet zomaar een opleiding zou zijn maar op mijn leergierigheid rust nu eenmaal een licht taboe. Wanneer ga je er nu eens echt iets mee doen? Ik doe het al. Heb je al die opleidingen echt nodig? Ja, want ik wil mijn leergierigheid continue voeden om alles wat ik heb geleerd te delen. Doe dat dan. Ja, dat probeer ik ook. Door te schrijven, te coachen en trainingen te geven. Maar het voelt nog niet concreet genoeg. Dat is een verstopstrategie. Je maakt het nog niet concreet want dan kan je nog alle kanten op. Maar hoe zorg je dat je optimaal gebruik maakt van je leergierigheid? Geen idee. Door te doen. Oh? Maar ik doe toch al heel veel? Ja, maar in hoeverre ben je bezig met de juiste dingen?
Deze interne dialoog was er eentje die ik tot aan de start van die ‘zoveelste’ opleiding meermaals voerde. Een optelsom van diverse zelf saboterende overtuigingen. Van de 10 door Jan Bommerez in zijn boek: ‘Flow en de kunst van het zakendoen’ meest voorkomende kon ik er in ieder geval al 4 op mijn lijstje zetten. Prestatieperfectionisme. Angst voor kritiek. Angst voor afwijzing en de hekkensluiter: faalangst.

Dit had ik allemaal nooit geweten als ik niet zoveel aan zelfonderzoek en ont-wikkelen doe. Maar afgelopen week viel er een kwartje dat ik niet had zien aankomen. Ik kreeg eindelijk het antwoord op mijn vraag: wat houdt mij tegen om helemaal te gaan voor de doelgroep waar ik heel graag veel meer mee aan de slag wil? Een blokkade die ik al een tijdje voelde maar waarop ik het antwoord maar niet kon vinden. Omdat ik op de verkeerde plek zocht.
Het antwoord zat niet in mijn hoofd. Ik moest het ervaren. En dat deed pijn. Heel veel pijn. Want dat is wat er kan gebeuren als je echt gaat voelen. En pijn willen we eigenlijk liever niet. We zijn zo goed geworden in het vermijden ervan dat we steeds vaker gewenst gedrag laten zien in plaats van het gedrag dat we werkelijk willen laten zien. En als we dan een keertje boos worden omdat we ons te vaak hebben aangepast, krijgen we ogenblikkelijk een reactie vanuit onze omgeving. Een oordeel. Weerstand. Dit is niet het gedrag dat in het plaatje past. Maar wat we daarbij vergeten is om verder te kijken. Voorbij het zichtbare gedrag. Naar wat er onder de oppervlakte verborgen ligt. Onze omgeving vertelt ons namelijk ongelofelijk veel over onszelf. En vooral over datgene wat we nog niet willen of durven aankijken.

Maar als we niet verder kijken, zien we niet dat daar waar we weerstand ervaren op ons getoonde gedrag dit het gevolg is van onze eigen, met pijn omwikkelde, overtuigingen. Over onszelf. Over onze omgeving. En die overtuigingen hebben vervolgens allerlei overlevingsstrategieën in werking gesteld. Door ons alleen te richten op het gewenste gedrag verliezen we onze talenten uit het oog. Dat vraagt om het naar de oppervlakte brengen van ons voorkeursgedrag. Gedrag dat heel vaak als heel positief wordt ervaren maar soms ook niet. Daarvan mogen we voelen waar het vooroordeel daarop vandaan komt. Om het gedrag vervolgens bewust te maken en optimaal in te zetten.

Wat gebeurde er? Ik was boos. En er kwam een reactie. Een snoeiharde confrontatie. Van mijn kant. Maar wat ik niet verwachtte: ik kreeg de confrontatie terug geserveerd. Met daaronder verborgen een groot cadeau. Waar ik altijd zal proberen om vooroordeelvrij waar te nemen, realiseerde ik mij na incassering van de klap dat ik onbewust heel lang ‘de typische dominante en assertieve jurist en advocaat’ had veroordeeld. En dat terwijl Dominantie volgens de TMA methode waarmee ik werk een drijfveer is die zowel in hoge als in lage behoefte talenten genereert. Dus hoezo veroordeling? Hetzelfde geldt voor assertiviteit. Een talent dat voortkomt uit een hoge behoefte aan Confronteren. Aan Dominantie heb ik een gemiddelde behoefte maar aan de drijfveer Confronteren des te meer. Ik scoor daarop hoog. En dan bedoel ik echt hoog.
Wat heb ik gedaan? Ik heb een vooroordeel van iemand anders veroordeeld. Ja dus? Een vooroordeel veroordelen is toch niet zo heel spannend. Misschien niet voor jou maar voor mij wel.

Was gebeurde er? Iemand die voor mij even de personificatie was van een dominante, assertieve persoonlijkheid wilde mij iets opleggen. Althans, dat was mijn gevoel. In de onbewuste overtuiging dat ik het juiste deed -namelijk een spiegel voorhouden en confronteren- kreeg ik later terug dat ik diegene in mijn felheid niet had gezien. Ik veroordeelde. Over iets dat mij na aan het hart ligt – paradoxaal genoeg juist over het veroordelen van iemand anders zonder degene daarin de kans te geven daarop te reageren. Ik vond dat zo oneerlijk. Dit riep kennelijk een dusdanig onbewuste reactie in mijzelf op dat ik mijn empatische en sensitieve kant daaraan ondergeschikt maakte waarop mijn hoge behoefte aan Confrontatie het overnam. Juist de feedback daarop was een klap in mijn gezicht. En tegelijkertijd het grootste cadeau dat ik kon krijgen.

Dat wat ik meende te zien, stond voor mij symbool voor veroordelen. En dat is een dingetje in mijn leven. Niet voor niets ben ik uit de juridische wereld gestapt. Veroordelen heeft voor mij zo te maken met rechtvaardigheid en gezien worden. Om wie je diep van binnen bent. Iets waar ik zelf zo lang niet bij kon.

Eerst was ik boos. En nu weet ik dat ik mijzelf een vraag had mogen stellen: is dit van jou of van mij?
Het cadeau was de waardevolle feedback. Het echte geschenk kwam daarna. Namelijk dat wat onbewust was, is nu bewust gemaakt. En laat dat nu juist dé manier zijn om beperkende patronen te doorbreken. Waar ik mij jarenlang heb aangepast aan waarvan ik dacht dat mijn omgeving dit van mij verlangde onderdrukte ik eigenlijk mijzelf. En terwijl de coping strategie voor iedereen anders kan zijn, heeft deze onderdrukking bij mij geleid tot een hoge behoefte aan Confrontatie in situaties waarin ikzelf of mijn dierbaren niet worden gezien. Echt. Gezien. En dat maakt dat ik mijn hoge behoefte aan Confrontatie en daarvan afgeleid talent Assertiviteit heb ont-wikkeld. Mag het er zijn? Jazeker. Maar bij alle extreme hoge en lage behoeften aan bepaalde drijfveren geldt dat er een schaduwrandje op zit. En dat schaduwrandje, ja, dat staat dus nu veel meer in het licht waardoor ik het bewust kan inzetten.

Van reflecteren kun je leren. Voor mij dagelijkse kost maar soms krijg ook ik onverwachte cadeaus. Nu weet ik dat mijn onbewuste oordeel over ‘de typische dominante en assertieve jurist en advocaat’ mij weerhield om te gaan doen wat ik veel meer wil gaan doen. Een vooroordeel waarvan ik nu weet waar het vandaan komt. Een vooroordeel met een onterechte negatieve maatschappelijke bijklank. Maar zo wordt het wel vaak gevoeld. Door (potentiële) cliënten maar ook door meer empatische, sensitieve kantoorgenoten en collega’s kan worden gevoeld. En het wordt nooit of in hoge uitzonderingsgevallen ook daadwerkelijk gezegd. En dat is zonde.

Iedereen maar dan ook echt iedereen heeft recht op een eerlijke en oprechte dialoog en daaraan gekoppelde feedback. Want daarmee voorkom je dat jijzelf of jouw kantoorgenoot of collega eindeloos doordendert totdat het niet langer gaat. Want juist in de wereld waarin je jezelf soms letterlijk moet uitschakelen, is het zo belangrijk om wel in contact te blijven met jezelf. Om je van daaruit verder te ont-wikkelen en je talenten helemaal te omarmen. Ook als jouw talenten zijn dat je dominant en assertief bent. Dit zijn namelijk de mensen die uitstekend in staat zijn om beslissingen te beïnvloeden. Mensen die gedreven worden door krachtig optreden en handelen en mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het betekent overigens geenszins dat je niet ook empatisch en sensitief kunt zijn. Maar mocht je merken dat empathie je niet natuurlijk afgaat, maak dan vooral gebruik van de empatische en sensitieve talenten in jouw werkomgeving. En dat is oké. Misschien dat deze talenten dan wel heel graag gebruik willen maken van jouw sturende talenten. En mocht je als empatisch en sensitief talent worden gezien als ‘gevoelig’ dan betekent dit niet dat je niet in de advocatuur thuis hoort. In tegendeel zou ik zeggen. Maar misschien durf je gewoon nog niet helemaal zichtbaar te zijn en jouw gevoeligheid in te zetten als kracht. Ook dat is oké.

Ik laat mijzelf helemaal zien. In al mijn kwetsbaarheid. Ik ben niet bang meer om een vraag te stellen. Ik kan confronteren maar ben ook in staat om klappen op te vangen. Ik leer elke dag door mij telkens bewust te zijn van één vraag: is dit van jou of van mij? Wat het antwoord ook is: ik ben oké. En jij ook.