Benieuwd naar mijn ervaringen? Weten waarover ik mij dagelijks verwonder? Mijn blogs en nieuwsartikelen zijn bedoeld als inspiratiebron voor het versterken van de arbeidrelatie vanuit een focus op talentontwikkeling

Wat van mij is, is van mij. Wat van jou is, is van jou.

In de VS waar ik een aantal jaar heb gewoond, hing er op de deur van de preschool van mijn oudste dochter een poster met de intrigerende titel: Toddler Property Laws. Hoewel ik mijn rechtenstudie destijds ook al enige tijd geleden had afgerond, kon ik mij niet herinneren dat er een wettelijke basis bestond voor eigendomsrechten voor peuters. Na bestudering van de nogal intimiderende toelichting begreep ik dan ook dat het hier om een grap ging. Of beter gezegd: dat was mijn interpretatie van de tekst. De inhoud werd namelijk wel degelijk ondersteund door mijn dagelijks zelf ondervonden werkelijkheid. Het setje prijzenswaardige rechten zag er als volgt uit:

If I like it, it’s mine
If it’s in my hand, it’s mine
If I can take it from you, it’s mine
If I had it a little while ago, it’s mine
If it looks just like mine, it’s mine
If I saw it first it’s mine
If it’s broken it’s yours

Tweejarigen weten deze Toddler Property Laws uitstekend toe te passen. Sommigen iets effectiever dan anderen maar over het algemeen kunnen we stellen dat de meeste peuters goed voor zichzelf kunnen zorgen. Ze zijn in hun eigen ogen het centrum van het universum. En daar kunnen wij nog iets van leren. Want ergens op weg naar volwassenheid raken we het vermogen kwijt om vanuit dit centrum te reageren.

Nu ken ik eigendom als: 'het meest omvattende recht dat een persoon op de zaak kan hebben'. En weet ik dat het de eigenaar vrij staat om 'met uitsluiting van een ieder vrij van de zaak gebruik te maken mits dit gebruik niet strijdt met rechten van anderen (..).' In dat laatste zit de crux. Hoe weet je of iets van jou is of van de ander? Het antwoord daarop is minder eenvoudig dan het lijkt. En nee, dit is geen blog over de verschillende mogelijkheden van bewijsvoering. Ik doel op de eigendomsrechten als onderdeel van onze persoonlijke ontwikkeling. Iets dat we van jongs af aan veelal onbewust ondergaan.

In die ontwikkeling zijn onze eigendomsrechten in het begin vrij duidelijk maar op enig moment wordt het ingewikkelder. Vaak op het moment dat we onderdeel gaan uitmaken van systemen. Dit begint bij ons familiesysteem. Denk aan broertjes en/of zusjes die elkaar beconcurreren op de in hun ogen tegengestelde eigendomsrechten. Vervolgens gaan we onderdeel uitmaken van een schoolsysteem alwaar het begrip vriendschap tekenen van toe-eigening vertoont. Om tenslotte het werksysteem te betreden. Daar brengen begrippen als functie, rol en promotie een soortgelijke problematiek met zich mee.

Om goed te kunnen functioneren in deze systemen maken we telkens allerlei onbewuste en bewuste keuzes om onze eigendomsrechten veilig te stellen. Dat doen we niet op de zichtbare, kinderlijke manier zoals peuters dat zo mooi kunnen (soms ook wel trouwens) maar in principe veel omzichtiger. We claimen dat iets van ons is maar is dat het ook? Wie zegt dat wij recht hebben op iets en de ander niet? Gaat het hier om het recht van de sterkste? Waarom doen we dat? Willen we echt wat we zeggen te willen? En waarom willen we dat dan zo graag? Wat levert het ons op? Dat ene speelgoedje dat iedereen eigenlijk wil hebben omdat er maar eentje van bestaat?

Niet iedereen heeft dezelfde behoefte aan ambitie en uitdaging. Je hebt mensen die prestatiegericht en competitief zijn maar je hebt ook mensen die meer tevreden zijn en relativerend staan ten aanzien van succes en presteren. Toch vraagt de ratrace vandaag de dag dat iedereen zijn bijdrage levert aan zijn of haar eigen succes. Je wordt uitgenodigd om mee te doen aan wat door ons allemaal in het leven is geroepen. We kijken vooral naar anderen. Hoe doen zij het? Om vervolgens nog verder vervreemd te raken van wat we zelf willen. En terwijl we zo druk bezig zijn met kijken naar anderen verliezen we de eigendomsrechten die we als tweejarige zo goed konden beschermen.

We stemmen ons af op onze omgeving, sommigen van ons zelfs zo sterk dat de positieve maar ook negatieve energie van de ander wordt overgenomen. En dan weet je ineens niet meer wat van jou is of van de ander. Als je maar lang genoeg vermijdt wat jij echt nodig hebt en altijd secundair reageert, loop je het risico dat je primaire emoties het ineens onverwacht overnemen. Dan wordt je ongemerkt overweldigd door frustraties, boosheid of verdriet. En voor je het weet, voel je je die peuter die onrecht is aangedaan omdat jouw speelgoed is afgepakt.

Het mooie van onze volwassen positie is dat we het in ons hebben om datgene dat we als kind te kort gekomen zijn, onder ogen te zien. Als we maar goed kijken. Naar onszelf. Daar waar we als klein kind misschien te horen hebben gekregen dat we niet boos mochten zijn of waar verdriet niet werd gezien of vooral snel over moest zijn, hebben we als volwassene de keuze om dit in het hier en nu op waarde te schatten. Zodat we bij kapot speelgoed niet met onze vinger naar de ander hoeven te wijzen. Want grote kans dat de ander weer een heel ander beeld heeft van de werkelijkheid en na die vinger veel minder bereid is om zijn of haar werkelijkheid op constructieve wijze met jou te delen.

Eén van de manieren waarop je elkaars werkelijkheid kunt leren kennen, is door in alle gesprekken waarin er wrijving ontstaat of iets gebeurt dat een negatieve gedachte oproept jezelf telkens de vraag te stellen: is dit van jou of is dit van mij? Het antwoord daarop kun je dan voor jezelf houden maar het is natuurlijk nog mooier als je jouw werkelijkheid deelt met je gesprekspartner. Doe dit dan vooral door gebruik te maken van de feedbackregels. Zijn dan alle potentiële en onnodige conflicten de wereld uit? Nee, natuurlijk niet. Maar het is een begin. Het is net als met een van de bekendste voorbeelden voor succesvol onderhandelen. Waar de ene persoon behoefte heeft aan de sinaasappelschil wil de ander het vruchtvlees. We hebben allemaal een unieke set van behoeften en talenten.

Welke dat zijn, daar kom je alleen maar achter door:
1. te onderzoeken wat jij wilt;
2. te vragen wat de ander wil;
3. vast te stellen waar je elkaar kunt vinden.

Zodat behoeften en talenten elkaar kunnen aanvullen. Als iedereen zichzelf deze vragen stelt, kunnen we het speelgoed dat in overvloed aanwezig is, gaan delen. Met elkaar. Zonder te vechten om speelgoed. Want dan is van mij ook echt van mij en wat van jou is, is dan ook echt van jou. En samen spelen kan overigens ook heel leuk zijn. Want: sharing is caring.

Meester in talentvolle groet,
Saskia