Benieuwd naar mijn inzichten? Mijn blogs zijn bedoeld als inspiratiebron om jouw talent ont-wikkeling centraal te stellen.

Alleen honden hebben een baas. Ben jij het kind van de rekening?

“Kan er nog geplast worden?” “Nee.” Een kordaat antwoord en een serieuze blik. Vertwijfeld kijk ik haar aan. “Maakt u nu een grapje?”, vraag ik haar. Nee. Oh. Wacht. Ja. Toch wel. “Het zou wel erg gek zijn als je hier niet kunt plassen, toch?” Inderdaad. Maar ja, ik stel een serieuze vraag. Ik verwacht geen grapje. Ik vind het trouwens geen gekke vraag. Zij kennelijk wel. En hier is zij de baas. Dus bepaalt zij wanneer de puppy’s uitgelaten worden. Of zoiets.

We zijn op het mediapark in Hilversum voor de opname van een uitzending van het televisieprogramma Studio Snugger. Achter mij staan zo’n 26 kinderen waarvan minstens een derde deel van de groep na een busrit van bijna een uur hoognodig gebruik moet maken van het toilet. Ik voel mij verantwoordelijk voor deze puppy’s.

Zojuist zijn we in de hal opgevangen en met gezwinde spoed begeven we ons naar de plek waar de opname straks gaat plaatsvinden. Denk ik. Ik leer later dat we eerst nog in een wachtruimte moeten plaatsnemen. Aan de overkant bevinden zich minstens 8 toiletten en er blijkt ruimschoots tijd te zijn om alle kinderen te laten plassen.

Waarom reageert deze dame zo? Als ik even later wat broodnodige voeding voor mijn brein uit mijn tas pak, hoor ik haar stem achter mij. “Zo. Lekker. Een banaan.” Ik gniffel van binnen. “Wist je dat een banaan heel goed voor je is?”, vervolgt ze. Ik kijk haar vragend aan, haar zelfingenomen ouderrol negerend. Wat probeert ze nu? Is dit een ‘goedmakertje’ of is ze het voorval van zojuist al weer vergeten? Dat laatste kan ik mij bijna niet voorstellen. Ik ben namelijk van huis uit uitstekend in staat om iemand die mij probeert in een hoek te zetten, ‘de blik’ te geven. Af geserveerd. Not my cup of tea. Raar mens. Een snoeihard oordeel met het enkele doel om de diepgaande verwerking van iets ogenschijnlijk onnozels te parkeren. Ik ben mij daar zeer van bewust. Even weer voel ik mij dat kleine, rebelse meisje. Ik laat het voor wat het is maar in de bus op de weg terug overvalt mij een vermoeidheid die ik inmiddels uit duizenden herken. Het gevolg van een serieuze ochtend, waarop er gelukkig ook nog een beetje gelachen is.

Thuisgekomen heb ik de middag gepland om een bijeenkomst van die avond voor te bereiden maar ik voel dat ik eerst iets anders nodig heb. Even zitten. 10 minuten op een meditatiekussentje. Stilte. Tranen. Ik weet inmiddels dat dit geen tranen van nu zijn. Maar ze vloeien wel nu. Omdat ze er mogen zijn. Veiligheid is voor mij een belangrijke waarde. Nature en zeker ook nurture. Iets met een wantrouwen tegen de wereld. Vanuit controle potentiële gevaar zettende situaties proberen te voorkomen. Waar ik net nog op een doorgaande weg het verkeer heb tegengehouden om alle kinderen veilig te laten oversteken, wordt er vervolgens slechts enkele minuten later -in mijn ogen- de draak met mij gestoken.

Een onverwachte, onveilige situatie, die ik niet heb zien aankomen. Iets met verlies van controle. Een op zijn zachts gezegd onprettig gevoel. Ik ben in mijn bloedserieuze gemoedstoestand nog helemaal niet ‘geland’ op de plek van bestemming en in die hoedanigheid dus nog ver verwijderd van mijn vrije grapjes-modus.

Waarschijnlijk denkt deze dame dat ze echt een grapje maakt. Ze kan natuurlijk ook heel anders reageren. Maar dat heeft ze nu eenmaal niet gedaan. Sommige situaties lenen zich minder voor grapjes. Grapjes kunnen ook behoorlijk misplaatst zijn. Tenminste, als ze door één van de gesprekspartners niet als zodanig worden opgevat. Dus er zit een zeker risico aan grapjes. Vooral in het bijzijn van sterk invoelende mensen.

De vlotte scan van de gezichtsuitdrukking van de betreffende dame leert mij namelijk dat ze de vraag die ik haar heb gesteld al vaker heeft gekregen. Ze heeft dus kunnen oefenen op haar grapje. Met als gevolg een de door haar onbewust gekozen kritische ouderpositie. En daardoor is het voor mij ineens geen grapje meer. Ik voel mijn verwarring als ze uitspreekt dat haar opmerking onder de noemer ‘grapje’ valt. Ik geloof haar niet en verval in mijn aangepaste kind positie.

Het voorgaande incident wordt door velen wellicht weggewuifd of de dame in kwestie misschien juist zwaarder aangerekend. Daarom schrijf ik er bewust over omdat ik weet dat dit soort situaties voor veel van mijn coachees pijnlijk herkenbaar zijn. Daar waar in het dagelijks leven van je wordt verwacht om voortdurend met je hoofd bezig te zijn, vraagt de ‘humor’ van iemand anders regelmatig letterlijk om even om te schakelen. Humor zorgt voor verbinding maar leidt minstens zo vaak tot verdeeldheid. Deze situaties komen vaker voor dan je denkt, in wisselende gedaanten.

Humor is een ingewikkeld -want zeer subjectief- fenomeen. Wat voor de één grappig is, is voor de ander helemaal niet grappig. Zeker als de bijbehorende gezichtsuitdrukking niet klopt. Het komt niet zelden voor dat iets wordt verteld met een bepaalde humoristische gezichtsuitdrukking terwijl de verbale boodschap een serieus karakter heeft. En vice versa. Daarom is humor voor kinderen en vooral voor sterk invoelende kinderen, best ingewikkeld. Of eigenlijk ook weer niet. Het zijn vooral wij als volwassenen die het onnodig ingewikkeld maken. Als je dit soort situaties maar vaak genoeg hebt meegemaakt in je (jonge) leven ontwikkel je vanzelf een bepaalde serieusheid. Het is namelijk veiliger om het zekere voor het onzekere te nemen en te vertrouwen op dat wat je kent. En voor je het weet, schiet je in een ineffectieve ouder- of kind positie. Ook of juist vooral als je helemaal geen ouder of qua leeftijd al lang geen kind meer bent.

Het risico bestaat dat je dit soort incidenten op latere leeftijd, waarbij er sprake is van een discrepantie tussen het gesproken woord en het bijbehorende gedrag, niet op waarde weet te schatten. Want in overlevingsmodus hebben we de neiging om te vermijden of misschien zelfs juist wel ertegen te vechten. Het risico bestaat dan ook om daarna vooral heel veel te gaan nadenken over wat er is gezegd. Met als gevolg dat in volgende, vergelijkbare situaties, een vroegtijdige (veelal onterechte) veroordeling op de loer ligt. Daarmee sluit je jezelf onnodig af van de ander. Deze terugtrekkende beweging is op lange termijn weinig effectief. Veel zinvoller is het om een sterk ontwikkeld inlevingsvermogen bewust in te zetten en waar nodig ook te gebruiken als feedbackinstrument. Daarvoor is het belangrijk dat je begint met voor jezelf de vraag te beantwoorden of je in een bepaalde situatie wel als volwassene kunt reageren.

We denken namelijk heel vaak dat we als volwassenen reageren maar we worden in onze communicatie met anderen regelmatig belemmerd door onbewuste kindstukken in onszelf. Situaties die dit onontgonnen terrein triggeren, kunnen ervoor zorgen dat we ineffectief reageren. De ander zal daarop vervolgens in onbewuste toestand eveneens ineffectief reageren. Met veelal onnodige conflicten tot gevolg.

In deze situatie heb ik door mijn kennis van en ervaring met de Transactionele Analyse, een theorie over persoonlijkheid, communicatie en psychologische ontwikkeling van Eric Berne, achteraf kunnen reflecteren op dit waardevolle moment. Ik weet dat ik in dit soort situaties in het vervolg ook een andere vraag kan stellen. Bijvoorbeeld: “Waar kan er geplast worden?” Een klein verschil. Futiel misschien. Simpel. Helder. Maar met een groots effect. Dit is namelijk, in tegenstelling tot mijn eerdere vraag vanuit zelfgekozen ondergeschiktheid, een vraag vanuit volwassen gelijkwaardigheid. Alleen honden hebben een baas dus alleen jij bepaalt of je het kind van de rekening wordt.

Wil je ook meer weten over hoe je effectiever kunt communiceren door gebruik te maken van jouw Talentenpaspoort en daarvan afgeleide communicatievaardigheden, neem dan vooral contact op.

Meester in Talentvolle groet,
Saskia