Benieuwd naar mijn inzichten? Mijn verhalen zijn bedoeld als inspiratiebron om talent ont-wikkeling centraal te stellen.

Een herkansing met een goudgeel randje

In een poging om het net iets te smalle geasfalteerde wandelpad te vermijden, kies ik er in deze tijd van opgelegde afstand voor om bovenaan de naastgelegen dijk te lopen. Weliswaar een nog smaller wandelpaadje maar omdat iedereen ervoor lijkt te kiezen om het geëffende pad te lopen, kom ik nooit iemand tegen. Tot nu. Ik kijk voor mij uit en zie in de verte iemand staan aan de waterkant. Een vrouw. Donkere jas. Donker haar. Ik zie niet precies wat ze aan het doen is maar het lijkt erop alsof ze iets in het water ziet. Terwijl ik doorloop, gaan er allerlei gedachten door mij hoofd. Waar kijkt ze naar? Gaat ze zo weer naar beneden? Komt ze mijn kant op?

Juist tijdens dit onbewaakte ogenblik waarop ik in beslag wordt genomen door dat wat er in mijn hoofd rondgaat, gebeurt er iets waar ik nog niet aan gedacht had. Ineens verschijnt er een andere zwarte gedaante in mijn blikveld. Een gedaante op vier poten. Onze blikken kruisen en de zwartharige viervoeter komt in een sneltreinvaart op mij af. Ik voel dat ik mij schrap zet als ik de natte potten tegen mijn bovenbenen voel. Het net opgedoken slootwater vindt een weg door mijn broekspijpen. Ogenblikkelijk hoor ik mezelf door de schrik in vechtstand uitroepen: “kun je je hond bij je houden?” Ze is mij inmiddels iets dichter genaderd en kijkt mij ogenschijnlijk onbewogen aan. Alsof ze wil zeggen: “mens, waar maak je je druk om?”

Ik had stiekem gehoopt op een “sorry” maar ik tref enkel een blik waaraan ik vooral onverschilligheid meen af te lezen. Ik ben met stomheid geslagen. Terwijl ik plaats voor haar maak, vervolgt zij haar pad. Ik probeer de losse eindjes met elkaar te verbinden en vraag mijzelf ogenblikkelijk af wat ik verkeerd heb gedaan. Ik kom er niet uit. In verwarring kijk ik om en roep haar na: “Waarom moet dit zo? Dit blijkt de uitnodiging voor haar metgezel om - nu vanaf de andere kant - het eerdere ritueel te herhalen. Geschokt werp ik haar toe: “alsjeblieft, wat is dit? Houd je hond bij je!”

En dan ineens -als door een wesp gestoken- laat ze van zich horen: “wat een hoop negatieve energie straal jij uit.” Ik stamel nog iets van: “misschien moet je ook even naar jezelf kijken”, maar het lijkt haar niet te raken. Geprikkeld door het gevoelsmatige onrecht draai ik mij om met de bedoeling om ook mijn pad te vervolgen maar het lukt mij niet. Ik sta als aan de grond genageld. Dit is niet klaar. Er is meer. Ik draai mij om. Kijk haar opnieuw na. En neem een besluit.

In de volle wetenschap dat waarvoor ik kies op zijn zachts gezegd bedreigend kan overkomen, loop ik met stevige passen haar kant op. De eerste meters zijn ingegeven door de indringende behoefte om verhaal te halen. Een bocht die ik maar al te goed ken. Een oud patroon. Ingegeven door wantrouwen. Maar de nieuwsgierigheid wint. Ik zie dat ze haar pas vertraagt en ik verzacht. Mijn gevoel verandert van “verhaal willen halen” naar: “een verhaal willen ophalen”. De nieuwe beweging van welwillend op zoek gaan naar nabijheid. Een natuurlijk uitreiken waarin ik mijn energie en aandacht bewust anders weet te richten. Een poging om de binding met dat wat mij vasthoudt om te zetten in verbinding.

We treffen elkaar even na de brug. Later zal ze zeggen dat ze mij al voelde aankomen. Ze stopt en wacht. Als ik vlak bij haar ben, kijken we elkaar voor het eerst echt aan. Ik vraag haar: “zullen we opnieuw beginnen?" Een verkennende vraag met de bedoeling om handen en voeten te geven aan onze beider behoefte aan een herkansing. Ik voel de opluchting als ze mijn vraag bevestigend beantwoordt. We maken contact. Van hart tot hart. Er volgt een uitwisseling van onze beide binnenwerelden. In dit uitzonderlijke korte tijdsbestek en op gepaste afstand delen we meer dan ik minuten daarvoor ooit voor mogelijk had gehouden. Ze vertelt over haar draaglast. Ik zie vooral haar draagkracht. Ze deelt haar verdriet om een dierbare. Ik deel dat wat ik uit het verleden meeneem naar deze herkenbare periode van isolatie. Al die tijd staat haar spiegelende hond aan haar zijde. Kop omhoog. Mooie donkere kijkers. Stil. En tegelijkertijd indringend aanwezig. Onze bewuste waarneming van de oordeelloze natuur is een welkome hulpbron. Het uitspreken van de even daarvoor nog onbewuste projectie heelt terplekke mijn angst om gestraft te worden en mijn bijbehorende beschermingsmechanisme om altijd maar in vechthouding klaar te staan.
  
Na een behoorlijk afscheid inclusief visualisatie van een toekomstige omhelzing nemen we afscheid. Terwijl ik mijn eerdere passen in omgekeerde volgorde oppak, overvalt mij een intens verdriet. Om haar verhaal. De pijn. De losgelaten spanning. De verbinding. Juist in deze tijd. Dit is toch werkelijk waar het om gaat. Na enkele honderden meters kreeg ik een test. In de bocht van de weg zie ik opnieuw een hond. Een goudgele dit keer. In totale verwondering maar tegelijkertijd met het volste vertrouwen houd ik mijn armen open. Kom maar op. Ook nu weer wordt er tegen mij op gesprongen. De oudere dame die vlak in de buurt is, glimlacht alleen maar en zegt: “ze wil je even verwelkomen want ze denkt: die is aardig.” Ik slaak een diepe zucht en bedank haar vanuit de grond van mijn hart. De tranen biggelen over mijn wangen. Ik blijk bereid en in staat tot integratie van een wezenlijke levensles. Dit zal ik nooit meer vergeten. Een herkansing met een goudgeel randje.